Op 15 september was het de derde dinsdag van september, Prinsjesdag 2020. Door corona ging het net even wat anders, maar zoals gewoonlijk opent Koning Willem-Alexander het politieke jaar door de Troontrede uit te spreken en de minister van financiën biedt het koffertje met daarin de Miljoenennota en Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan.

Wat is er allemaal verteld? Wij hebben de belangrijkste belastingwijzigingen voor u op een rijtje gezet.

In het nieuwe wetsvoorstel over box 3 van de inkomstenbelasting dat op Prinsjesdag is bekendgemaakt, staat dat de vrijstelling naar € 50.000 in 2021 gaat. Het tarief gaat naar 31% (nu nog 30%).

Tarief gaat van 30 naar 31%

In het voorstel is opgenomen dat de vrijstelling naar € 50.000 (voor partners € 100.000) gaat. Het tarief gaat daarentegen van 30% naar 31%. De schijven ondergaan ook een aanpassing. De eerste schijf loopt volgend jaar van € 0 tot € 100.000, de tweede van € 100.000 tot € 1 miljoen en de derde is alles boven de € 1 miljoen.

In het Belastingplan 2021 legt het kabinet de verruiming van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) naar 3% over de eerste € 400.000 definitief vast. Tegelijkertijd stelt het kabinet een verlaging per 1 januari 2021 voor.

Eind april kondigde het kabinet al aan de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) te verruimen naar 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom van de werkgever. Deze eenmalige verhoging is tijdelijk en geldt alleen voor 2020. De verruiming stond in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis en liep vooruit op de wetswijziging die nu in het Belastingplan 2021 is opgenomen. Vooral kleine organisaties hebben profijt van de verhoging van de vrije ruimte.

Vanaf 2021 vrije ruimte over restant van 1,2% naar 1,18%

In het Belastingplan 2021 stelt het kabinet tegelijkertijd voor om het percentage van 1,2% – het percentage dat geldt voor het restant van de fiscale loonsom vanaf € 400.000 – per 1 januari 2021 te verlagen naar 1,18%. Deze verlaging is geen tijdelijke maatregel. Vooral grote organisaties ondervinden hiervan nadeel.

Gebruik van de vrije ruimte

Onder de WKR kan een werkgever een percentage van het totale fiscale loon van de organisatie besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers. In het Belastingplan 2020 werd deze vrije ruimte per 1 januari 2020 al verhoogd van 1,2% naar 1,7% voor de eerste € 400.000. Boven de € 400.000 geldt in 2020 een vrije ruimte van 1,2%. Stopt de werkgever méér in deze zogenoemde vrije ruimte, dan moet hij over het meerdere 80% eindheffing betalen. Werkgevers mogen zelf bepalen of ze de vrije ruimte willen gebruiken en waar ze die aan willen besteden.

Vorig jaar werd al duidelijk dat de zelfstandigenaftrek naar € 5.000 verlaagd zou worden in negen jaar. Maar het kabinet heeft in het Belastingplan 2021 aangegeven dat de afbouw nog sneller moet geschieden. Vanaf 1 januari 2021 tot en met 2027 zal de zelfstandigenaftrek met € 360 per jaar worden verlaagd (in plaats van de oorspronkelijke € 250), in 2028 met € 390 en in de jaren hierna met € 110 totdat deze in 2036 € 3.240 bedraagt.

Een ondernemer voor de inkomstenbelasting komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek van € 7.030 (2020) als hij aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet. Vorig jaar werd al aangegeven dat het bedrag van de zelfstandigenaftrek in 9 jaar omlaag zou gaan naar € 5.000. Maar het kabinet gaat de aftrek nog sneller verlagen.

Verdere afbouw naar € 3.240

In het Belastingplan 2021 is een verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek opgenomen. Vanaf 1 januari 2021 zal de zelfstandigenaftrek die nu nog € 7.030 bedraagt, tot en met 2027 worden verlaagd met € 360 per jaar (in plaats van met € 250 per jaar) en per 1 januari 2028 met € 390 (in plaats van met € 280). In de jaren daarna volgt dan nog een verlaging met € 110 totdat deze in 2036 € 3.240 bedraagt.

Het midden- en kleinbedrijf (mkb) kan de komende jaren langer genieten van het lage tarief in de vennootschapsbelasting (VPB). Het kabinet rekt de schijf waarin dit lage tarief geldt namelijk op, zodat het in 2022 geldt voor winsten tot € 395.000.

Het optrekken van de eerste schijf gaat in stappen. Nu geldt het lage VPB-tarief nog voor winsten tot € 200.000. In 2021 gaat de grens naar € 245.000 en een jaar later naar € 395.000, zo blijkt uit de Prinsjesdagstukken.

Tarief VPB in 2021 omlaag naar 15%

Ook zet het kabinet de verlaging van de tarieven verder door. Dit jaar is het lage tarief al omlaag geschroefd van 19% naar 16,5%, en in 2021 wordt dat 15%. Voor grotere ondernemingen is er een domper: de verlaging van het hoge tarief gaat opnieuw niet door. Dit tarief blijft dus op 25%, en dat is ook de planning voor 2022. Eigenlijk had het kabinet juist ‘beloofd’ dat het hoge tarief in 2021 omlaag zou gaan van 25% naar 21,7%. De besparing die dat oplevert gaat volgens het kabinet dus deels naar lastenverlichting van het mkb. De VPB-tarieven zien er zo uit:

  2020 2021 2022
Laag tarief 16,5% (tot € 200.000) 15% (tot € 245.000) 15% (tot € 395.000)
Hoog tarief 25% 25% 25%

In de bijlage van de Miljoenennota 2021 is opgenomen dat de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting (VPB) onbeperkt gaat worden. Maar de grens van € 1 miljoen is daarbij wel belangrijk.

Momenteel mag een belastingplichtige voor de VPB verliezen één jaar achteruit verrekenen en zes jaar voorwaarts. In de bijlage van de Miljoenennota staat nu dat het kabinet de voorwaartse verliesverrekening onbeperkt wil maken.

Grenzen aan verliesverrekening

Aan deze onbeperkte verliesverrekening zijn wel grenzen verbonden. De verliezen zijn namelijk maar tot een bedrag van € 1 miljoen helemaal te verrekenen. Boven die € 1 miljoen zijn de verliezen slechts tot 50% verrekenbaar. Dan moet ook nog eerst rekening worden gehouden met de € 1 miljoen.

De mogelijkheid voor ondernemers om een fiscale coronareserve te vormen, wordt wettelijk vastgelegd. Dit blijkt uit het Belastingplan 2021, dat op Prinsjesdag is gepresenteerd in Den Haag. Deze coronamaatregel is eerder vastgelegd in een beleidsbesluit.

De fiscale coronareserve heeft als doel om de liquiditeitspositie van ondernemingen sneller te verbeteren. Met de coronareserve kan een onderneming voor de vennootschapsbelasting VPB coronagerelateerd verlies uit 2020 versneld verrekenen (tool) met de winst uit 2019. Dit geldt op vergelijkbare manier voor belastingplichtigen die een boekjaar hanteren dat niet gelijk is aan het kalenderjaar, het zogeheten gebroken boekjaar.

Reserve niet groter dan de winst

De fiscale coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 die zou zijn behaald zonder de vorming van een fiscale coronareserve. De fiscale coronareserve wordt in het jaar volgend op het jaar waarin deze reserve is gevormd, volledig in de winst opgenomen.

Beleidsbesluit met voorwaarden

Het oorspronkelijke beleidsbesluit waarin deze maatregel is opgenomen, bevat de voorwaarden voor het vormen van een coronareserve:

  1. Er moet sprake van een verwacht coronagerelateerd verlies in het boekjaar 2020.
  2. Het verwachte coronagerelateerde verlies mag niet hoger zijn dan het totale verlies dat de VPB-plichtige verwacht over het boekjaar 2020.
  3. De dotatie aan de coronareserve in 2019 is maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
  4. De coronareserve moet uiterlijk in het boekjaar 2020 helemaal in de winst zijn opgenomen.
  5. De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte VPB 2019 in de rubriek Overige fiscale reserves opgenomen.

Wilt u meer weten over de wijzigingen of heeft u nog vragen? Neem dan contact op met Reus & Bark!

bron: Rendement