Op 17 september was het de derde dinsdag van september, Prinsjesdag 2019. Een dag vol tradities: Koning Willem-Alexander opent het politieke jaar door de Troontrede uit te spreken en de minister van financiën biedt het koffertje met daarin de Miljoenennota en Rijksbegroting aan de Tweede Kamer aan.

Wat is er allemaal verteld? Wij hebben de belangrijkste belastingwijzigingen voor u op een rijtje gezet.

De zelfstandigenaftrek, die nu nog € 7.280 bedraagt, gaat vanaf 2020 in stappen van € 250 in acht jaar en een laatste stap van € 280 omlaag naar € 5.000 in 2028. Daartegenover staat een verhoging van de arbeidskorting in drie stappen.

Om de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandig ondernemers zo klein mogelijk te maken, heeft het kabinet besloten om de zelfstandigenaftrek te verlagen, maar daarentegen de arbeidskorting per 2020 in drie stappen te verhogen.

Zelfstandigenaftrek flink omlaag

Een ondernemer voor de inkomstenbelasting komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek van € 7.280 (2019) als hij aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet. In het regeerakkoord was al aangegeven dat er maatregelen zouden worden genomen voor de zelfstandigenaftrek. Nu zijn daar dus cijfers aan verbonden. Het bedrag van de zelfstandigenaftrek gaat in negen jaar omlaag van € 7.280 naar € 5.000. Door de verhoging van de arbeidskorting gaan deze ondernemers er cumulatief gezien toch nog op vooruit belooft het kabinet

Het kabinet maakt haast met het invoeren van het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting. Dat moet nu al in 2020 ingaan, in plaats van een jaar later. Alles om ‘werken lonender te maken’.

Uit de Prinsjesdagstukken blijkt dat er in 2020 nog maar twee tarieven overblijven in de inkomstenbelasting. Onder een inkomen van € 68.507 betalen belastingplichtigen 37,35%, daarboven zijn ze 49,5% kwijt. Daarmee zijn belastingplichtigen dus niet langer meer dan de helft van hun inkomen kwijt aan de schatkist.

Ombouwoperatie jaar naar voren gehaald

Oorspronkelijk zouden de tarieven in de inkomstenbelasting dit jaar alleen maar iets naar elkaar toegroeien. Maar het kabinet haalt de ombouwoperatie nu dus een jaar naar voren. Met de maatregelen wil het kabinet ‘werken nog lonender maken’. Een extra verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingkorting versterkt dit effect.

Tarief aftrekposten daalt minder hard

Ondanks de snellere daling van het hoogste tarief in de inkomstenbelasting, heeft dat vooralsnog geen gevolgen voor de afbouw van aftrekposten. Eerder is namelijk aangekondigd dat een aantal ‘grondslagverminderende posten’ ook nog maar tegen het hoogste tarief in de inkomstenbelasting aftrekbaar zouden zijn. Dat gaat onder meer om ondernemersfaciliteiten als de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Ook bijvoorbeeld de terbeschikkingsvrijstelling voor ondernemingen en de aftrek voor alimentatie vallen hieronder. Het kabinet meldt nu dat het oude ‘afbouwpad’ blijft gelden. Daardoor zijn deze aftrekposten in 2020 nog tot 46% aftrekbaar.

Per 1 januari 2020 komt er een forfaitaire bijtelling voor terbeschikkinggestelde fietsen. Werkgevers tellen vanaf die datum 7% van de waarde van een ter beschikking gestelde fiets bij het loon van de werknemer.

Voor de auto van de zaak bestaat de forfaitaire bijtelling al veel langer, maar met ingang van 2020 komt hij er ook voor het privégebruik van een terbeschikkinggestelde fiets. Vanaf die datum hoeven werkgevers niet langer een ingewikkelde berekening te maken om te bepalen welk bedrag zij elk tijdvak bij het loon van de werknemer moeten tellen, maar mogen zij rekenen met een vast percentage. Op jaarbasis is dat 7% van de aanschaf- of factuurwaarde van de fiets.

Afrekenen bij uitdiensttreding

Als een werknemer in 2020 een elektrische fiets ter beschikking gesteld krijgt van bijvoorbeeld € 1.200, die hij ook privé mag gebruiken, moet de werkgever elk jaar (7% x € 1.200) € 84 bij zijn belast loon tellen. Per maand komt dat neer op € 7.
Het moet voor de nieuwe regels wel écht gaan om een terbeschikkingstelling. In principe moet de werknemer zijn fiets dus inleveren of afrekenen als hij uit dienst gaat of hem niet langer nodig heeft voor zijn werk.

Vergoeden of verstrekken mag ook

Als een werkgever het niet ziet zitten om de bijtelling elke maand op te nemen in de loonadministratie en -aangifte, kan hij de fiets ook vergoeden of verstrekken aan de werknemer. De werknemer wordt op dat moment de eigenaar van de fiets. De werkgever moet de waarde van de fiets dan bij het belast loon van de werknemer tellen, als eindheffingsloon in de vrije ruimte onderbrengen of bruteren. Een ander alternatief is een renteloze lening voor de aanschaf van de fiets (tool) die de werknemer bijvoorbeeld aflost met zijn onbelaste reiskostenvergoeding.

Voor woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000 en € 1.060.000 (2019: € 1.080.000) gaat het percentage voor het eigenwoningforfait dat nu nog op 0,65% staat in 2020 naar 0,60%.

Doordat de hypotheekrenteaftrek vanaf 2020 versneld verlaagd gaat worden in vier stappen van 3% (in 2023 echter 2,95%) krijgen veel belastingplichtigen met een eigen woning de komende jaren minder belasting terug dan waar ze in eerste instantie van waren uitgegaan. De opbrengst van deze versnelling is volledig ingezet om het percentage van het eigenwoningforfait te verlagen.

Percentages weer omlaag

Voor woningen met een WOZ-waarde van € 75.000 tot € 1.060.000 (2019: € 1.080.000) gaat het percentage dat nu nog op 0,65% staat in 2020 naar 0,60%, in 2021 en 2022 naar 0,50% en tenslotte in 2023 naar 0,45%. Voor woningen boven de € 1.060.000 blijft het percentage 2,35%

De bijtelling voor de elektrische auto gaat de komende jaren in stappen omhoog. Hierdoor zal in 2026 voor nieuwe elektrische auto’s het algemene bijtellingspercentage van 22% gaan gelden. Dit blijkt uit de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord dat op Prinsjesdag is gepubliceerd.

Het kabinet heeft de voorstellen uit het Klimaatakkoord verwerkt in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord. Dit wetsvoorstel heeft grote gevolgen voor de bijtelling. Het lage bijtellingspercentage, dat nu nog 4% bedraagt, gaat de komende jaren in stappen omhoog. In 2020 stijgt het bijtellingspercentage naar 8%, in 2021 al naar 12% en voor de jaren 2022 tot en met 2024 wordt het 16%. In 2025 gaat het naar 17% en tenslotte is in 2026 het percentage gelijk aan dat van alle andere auto’s en bedraagt 22%.

Maximum van de cataloguswaarde

Daarnaast wijzigt de komende jaren het deel van de cataloguswaarde waarop de korting van toepassing is (de zogenoemde cap). Op dit moment bedraagt die cap € 50.000. Is de cataloguswaarde van de elektrische auto meer dan € 50.000, dan geldt daarboven het algemene bijtellingspercentage van 22%. In 2020 gaat deze cap naar € 45.000. Vanaf 2021 daalt de cap naar € 40.000 en blijft voor de jaren daarna gelijk. In 2026 verdwijnt de cap, omdat die niet langer nodig is.

  2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 e.v.
Korting 18% 14% 10% 6% 6% 6% 5%
Bijtelling 4% 8% 12% 16% 16% 16% 17% 22%
Cap € 50.000 € 45.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 n.v.t.

De vrije ruimte van de werkkostenregeling wordt per 2020 hoger. Dat staat in het Belastingplan 2020 dat op Prinsjesdag werd gepresenteerd. Vooral kleine werkgevers hebben profijt van de verhoging van de vrije ruimte.

Eerder dit jaar werd al aangekondigd dat de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) vergroot zal worden. Doordat over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom van organisaties een vrije ruimte gaat gelden van 1,7%, hebben vooral kleine werkgevers meer ruimte om onbelast bijvoorbeeld kerstpakketten uit te delen. Boven de € 400.000 blijft de vrije ruimte 1,2%. De wijziging is nu daadwerkelijk opgenomen in het Belastingplan 2020, dat op Prinsjesdag is gepubliceerd.

Extra ruimte: € 1.600

Voor werkgevers levert de verruiming van 1,2% naar 1,7% € 2.000 extra vrije ruimte op: 0,5 procentpunt x € 400.000. Als zij over datzelfde bedrag 80% eindheffing zouden moeten betalen, zou hun dat € 1.600 kosten. Werkgevers die de vrije ruimte regelmatig overschrijden, kunnen dus behoorlijk wat voordeel behalen met de hogere vrije ruimte.

Het hoge tarief in de vennootschapsbelasting (VPB) gaat minder ver omlaag dan eerder is ‘beloofd’. Boven een winst van € 200.000 betalen ondernemingen vanaf 2021 nog 21,7% aan VPB, blijkt uit de Prinsjesdag-plannen. Volgens eerdere plannen zou dat tarief zakken tot 20,5%.

Bovendien zet het kabinet een streep door de verlaging van het hoge tarief die in de pijplijn zat voor 2020. Daardoor blijft het toptarief net als dit jaar op 25%. De verdere verlaging van het tarief voor winsten tot € 200.000 gaat wél door. Dat komt dus in 2021 uit op 15%. Het verloop van de tarieven ziet er de komende jaren zo uit:

Tarief VPB 2019 2020 2021
Tot € 200.000 19% 16,5% 15%
€ 200.000 en meer 25% 25% 21,7%

Eén van de maatregelen uit het wetsvoorstel Fiscale maatregelen Klimaatakkoord, dat op Prinsjesdag bekend is gemaakt, is een voorstel om het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen te verhogen met 1 procentpunt. Het tarief gaat in 2021 van 6% naar 7%.

Met deze maatregel wil de regering het bedrijfsleven laten meebetalen aan het Klimaatakkoord. Voor 2021 is voor € 297 miljoen aan extra belastingopbrengsten ingecalculeerd voor deze maatregel. Het tarief van 7% zal gelden voor onroerende zaken, zoals:

  • bedrijfsgebouwen en bedrijfsruimten;
  • grond die bestemd is voor woningbouw;
  • een gekochte steiger en het water bij een woonark;
  • hotels en pensions;
  • een onroerende zaak die bestemd is voor gebruik als verpleeginstelling, verzorginstelling of ziekenhuis;
  • internaten.
Voor woningen geldt 2%-tarief

Let op: de verhoging geldt dus niet voor de verkrijging van woningen. Voor woningen blijft gewoon nog het verlaagde tarief van 2% gelden. Dit tarief geldt ook voor objecten die bij een woning horen, zoals een garage.

bron: Rendement