De NOW-regeling is verlengd. In de NOW 2.0 regeling wordt er op een aantal punten afgeweken van de eerste NOW-regeling. Zo duurt het subsidietijdvak geen 3 maar 4 maanden.

Het kabinet kondigde in mei een verlening aan van de NOW regeling om bedrijven tegemoet te komen die getroffen worden door de coronacrisis. De NOW 2.0 wijkt af van de voorganger. Zo wordt er meer verwacht van organisaties die een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen, maar kunnen ook meer werkgevers van de regeling gebruik maken en worden er meer kosten gedekt.

Waar moet de aanvrager van de NOW-regeling op letten?

De kern van de NOW 2.0 is hetzelfde als de NOW 1.0, maar er zijn een paar belangrijke verschillen namelijk:

  • Ook in de nieuwe regeling kan een werkgever van het UWV een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen als hij, door de coronacrisis, een omzetdaling van 20% verwacht. Het subsidietijdvak is verlengd van 3 naar 4 maanden.
  • De omzetdaling wordt bepaald door een derde van de omzet te vergelijken met de door de werkgever gekozen periode van 4 maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus.
  • Wanneer de werkgever subsidie heeft ontvangen via de NOW 1.0 dan moet de bijbehorende periode van omzetdaling aansluiten op de gekozen periode van omzetdaling bij de NOW 2.0.
  • De omzetdaling kan in een concern onder voorwaarden voor een afzonderlijke rechtspersoon of vennootschap worden vastgesteld.
  • Ook nu betaalt het UWV na een aanvraag een voorschot uit. Het voorschot wordt onder de NOW 2.0 niet in 3, maar in 2 termijnen uitbetaald.
  • Achteraf geldt een definitieve subsidievaststelling. Een werkgever die gebruik heeft gemaakt van NOW 1.0, kan vanaf 7 oktober een aanvraag indienen. Zo’n aanvraag is voor de NOW 2.0 mogelijk na 15 november.
  • Het UWV berekent de tegemoetkoming niet meer over de loonsom van januari 2020, maar van de loonsom van maart 2020. Als er geen gegevens beschikbaar zijn van de maand maart, dan wordt er uitgegaan van het loon over november 2019. Voor seizoensbedrijven gelden er geen uitzonderingen meer.
  • De forfaitaire opslag bovenop de loonsom is 40% in plaats van 30%.
  • De loonsom wordt verminderd met ‘extra periode salaris’.
  • De sanctie voor bedrijfseconomisch ontslag tijdens de subsidieperiode is aangepast.
  • Ontvangt een organisatie minimaal € 125.000 aan subsidiegeld of minimaal € 100.000 aan voorschotten, dan mag zij over 2020 (tot en met de datum van de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021) geen dividenden uitkeren aan aandeelhouders of bonussen aan de raad van bestuur, bestuur en directie van het concern en de rechtspersoon of vennootschap. Ook koopt zij geen eigen aandelen in.
  • Voorgaande grens van € 100.000/€ 125.000 geldt ook voor de verplichting om een verklaring van een accountantover het naleven van de subsidievoorwaarden af te geven.
  • De werkgever heeft een inspanningsplicht om personeel te stimuleren om deel te nemen aan een ontwikkeladvies of aan scholing.