Met de Eindejaarstips 2018 willen wij u attenderen op de mogelijkheden om 2018 fiscaal goed af te sluiten, en 2019 goed voorbereid in te gaan. Met de eindejaarstips kunt u adequaat reageren op de wijzigingen in de fiscale wetgeving die de regering per 1 januari 2019 wil doorvoeren. Daarnaast gaan we in op de fiscale maatregelen, zoals aangekondigd in het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III. Ook deze plannen zijn nog niet allemaal goedgekeurd.

BTW van 6 % naar 9 %

Het lage btw tarief gaat per 1 januari 2019 van 6 % naar 9 %. Het algemene btw tarief van 21 % blijft gehandhaafd. Bij een bestelling en vooruitbetaling voor 1 januari 2019 van 6 % producten of diensten blijft het 6 % tarief van toepassing, ook als de levering of dienst pas in 2019 wordt afgenomen.

Fiets van de zaak

Per 1 januari 2020 wordt het privé voordeel van een fiets van de zaak forfaitair gesteld op 7 % van de nieuwwaarde van de fiets. De nieuwe regeling wordt hiermee eenvoudiger dan de huidige regels voor een fiets van de zaak. Een werknemer moet nu de werkelijk gereden privé kilometers om het privé gebruik vast te stellen.

Werkkostenregeling

Per 1 januari 2015 is de werkkostenregeling voor alle ondernemingen met personeel van toepassing. De werkkostenregeling biedt u een vrije ruimte van 1,2 % van de fiscale loonsom. Zolang u binnen de vrije ruimte blijft, bent u geen belasting verschuldigd. Overschrijdt u de vrije ruimte, dan bent u 80 % eindheffing verschuldigd over het bedrag van de overschrijding.

Gerichte vrijstellingen: dat zijn vergoedingen en verstrekkingen die belastingvrij kunnen worden verstrekt. Bijvoorbeeld reiskosten voor het werk, vergoedingen van 0,19 ct per km. Kosten van cursussen, congressen, studiereizen en outplacement, studiekosten waaronder kosten van vakliteratuur.

Nihil waarderingen: dit zijn voorzieningen op de werkplek. Er is sprake van een belastingvrije verstrekking, bijvoorbeeld kleine consumpties op kantoor zoals koffie en thee. Maar ook de vergoedingen en verstrekkingen van Arbo voorzieningen op de werkplek.

Onder de vrije ruimte moeten wij o.a. scharen: personeelsfeest buiten de werkplek, kerstpakketten voor de werknemers, bovenmatige vergoedingen voor reiskosten vanaf 0,19 ct per km, vergoedingen en verstrekkingen van telefoon, computer die niet onder noodzakelijkheidscriterium vallen.

Privé gebruik auto

Privé gebruik auto blijft achterwege als met de zakelijke auto niet meer dan 500 kilometer per jaar voor privé doeleinden wordt gebruikt. De grens van 500 km geldt niet per auto maar voor het gehele kalenderjaar. Als er een andere auto wordt aangeschaft mag met beiden auto’s niet meer dan 500 km privé gereden worden. Dat geldt ook als de nieuwste auto een elektrische auto. De bijtelling voor privé gebruik van een elektrische auto van de zaak is 4 % van de cataloguswaarde. Die bijtelling gaat per 1 januari 2019 omhoog naar de standaardbijtelling van 22 % voor zover de cataloguswaarde meer dan € 50.000 is..

Wanneer u de ter beschikking gestelde auto van de zaak ook voor privé gebruik dan moet u in uw laatste btw aangifte van 2018 de btw over het privé gebruik auto aangeven. Voor de btw heffing over het privé gebruik gaat u dan uit van 2,7 % van de cataloguswaarde van de auto, inclusief BTW en BPM. Voor de auto’s die vijf jaar en langer in de onderneming worden gebruikt , geldt een lager tarief van 1,5 %.

Wet DBA

De huidige wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties komt te vervallen. De nieuwe coalitie Rutte III wil de fiscale en juridische positie van ZZP- ers ingrijpend wijzigen.
De nieuwe wet zal niet voor 1 januari 2020 ingaan, wordt waarschijnlijk 1 januari 2021.

ZZP –ers die hun diensten aanbieden tegen een laag tarief worden geacht in loondienst te zijn. Lage tarief zal uitkomen tussen de € 15 en € 18 per uur.

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) met een hoog tarief inhuren, kan straks zonder risico’s. Dat staat in het regeerakkoord 2017 (tool). Als organisaties zo’n dure zzp’er inhuren, kunnen ze er via een zogenoemde opt-out gezamenlijk voor kiezen om geen loonheffingen in te houden en te betalen. Daarvoor moet niet alleen een hoog tarief afgesproken zijn, maar moet er ook voldaan worden aan één van onderstaande voorwaarden:

  • De zzp’er werkt maximaal een jaar voor de organisatie.
  • De zzp’er verricht geen reguliere werkzaamheden.

Van een hoog tarief zal waarschijnlijke sprake zijn vanaf € 75 per uur.

Vaste onkostenvergoedingen

Onder de werkkostenregeling zijn de regels voor de onderbouwing van een vaste kostenvergoeding aangescherpt. De werkgever moet voor toekenning van de onkostenvergoedingen aan werknemer een onderzoek onder de werknemers houden om de werkelijke kosten te achterhalen. De verplichte onderbouwing moet vooraf worden vastgelegd.

Voorzieningen

Wilt u winstneming uitstellen ? Kijk dan of u nog een voorziening kunt vormen. Daarvoor is al voldoende dat de toekomstige uitgaven hun oorsprong vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan voor de balansdatum en dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de uitgaven in de toekomst worden gedaan. Verder geldt dat de toekomstige uitgaven ook moeten kunnen worden toegerekend aan de periode voorafgaande aan de balansdatum. Voorzieningen zijn mogelijk voor reorganisatie, onderhoud, saneringskosten, het verlenen van garantie op producten.

Kerstpakketten voor uitzendkrachten en zzp-ers

Kerstpakketten zijn populair. Iedere werkgever weet dat hij zich daar niet aan kan onttrekken. U kunt het kerstpakket voor uw werknemers gratis en belastingvrij verstrekken in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Pas op: dat kan niet voor de kerstpakketten voor uitzendkrachten en zzp-ers: dat zijn geen werknemers van u dus die vallen niet onder werkkostenregeling. Voor deze medewerkers moet u de belastingheffing afkopen tegen de eindheffingsregeling voor niet-werknemers. Dat is 45% bij een kerstpakket tot € 136.

Kost het pakket meer, dan is de eindheffing 75%. Datzelfde geldt ook voor de kerstpakketten voor uw relaties.

Een btw-nihil aangifte

Als u een btw-nihilaangifte doet, moet u zeker weten dat u over dat aangiftetijdvak geen btw hoeft af te dragen. Een‘ voorlopige’ nihilaangifte, omdat u nog niet alle gegevens

voor die aangifte bij de hand heeft, kan u duur komen te staan. Als later blijkt dat u over dat aangiftetijdvak toch btw verschuldigd bent, heeft u die belasting niet op tijd betaald.

En dat is (sinds 1 januari 2014) een strafbaar feit: het opzettelijk niet of te laat betalen van omzetbelasting is een strafbaar feit waarvoor u een boete of zelfs een gevangenisstraf kunt krijgen. Het herstellen van een nihilaangifte is op zich geen probleem, dat kan nog steeds.

Maar de te late betaling kunt u niet meer herstellen.

Investeren in 2018 of 2019

Bent u van plan op korte termijn te gaan investeren ? Dan is het zinvol om na te gaan of deze investering nog dit jaar moet doen of beter kunt uitstellen tot 2019.

Om voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek in aanmerking te komen moet een ondernemer in 2018 meer dan € 2.300 en maximaal € 314.673 investeren in bedrijfsmiddelen.

De aftrek bedraagt 28 % bij investeringen tot € 56.642

Voor investeringen van meer dan € 56.642 tot € 104.891 is de KIA een vast bedrag van
€ 15.863. Daarboven daalt de aftrek met 7,56 % van het investeringsbedrag boven de
€ 104.891.

Als u investeert in bepaalde energiezuinige bedrijfsmiddelen kunt u gebruik maken voor de energie-investeringsaftrek (EIA). De EIA bedraagt 54,5 % in 2018 bij een investering van meer dan € 2.500. De EIA kan samenlopen met de KIA.

Daarnaast zijn er ook milieu-investeringen aangewezen.

De aftrek loopt op van 13,5 % tot 36 % bij een investering van meer dan € 2.500.

Per 2018 : Beperkte gemeenschap van goederen

Per 1 januari 2018 is de algehele gemeenschap van goederen vervangen door de beperkte gemeenschap van goederen. De gevolgen van deze wetswijziging zijn groot voor eenieder die op of na 1 januari 2018 in het huwelijk treedt: het voorhuwelijkse vermogen van de echtgenoten, en de giften en erfrechtelijke verkrijgingen tijdens het huwelijk vallen niet meer in de gemeenschap van goederen, maar blijven privévermogen. Alleen het vermogen dat tijdens het huwelijk door gezamenlijke inspanningen wordt opgebouwd is van de echtgenoten gezamenlijk.

Deel de bijtelling privégebruik auto met u partner

Werken u en uw partner samen in de onderneming en hebben beiden een zodanige positie in de onderneming dat het aannemelijk is dat bij die positie een auto van de zaak behoort, is het mogelijk om de bijtelling van de auto van de zaak te delen met de partner. Dat levert u een besparing op in de inkomstenbelasting wanneer de partner in een lagere tariefschijf
valt in box 1.

Beperkte afschrijving onroerende zaken

Met de invoering van de wet Werken aan winst in 2007 is de afschrijving op onroerende zaken voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting gemaximeerd.

Bij onroerende zaken die ter belegging worden aangehouden, is afschrijving niet langer toegestaan, als de boekwaarde hierdoor daalt beneden de WOZ waarde. Van beleggen is sprake als het onroerend goed voor 70 % of meer aan derden wordt verhuurd.

Indien de onroerende zaken bestemd zijn voor eigen gebruik, mag hierop worden afgeschreven tot de boekwaarde gelijk is aan 50 % van de WOZ waarde ( bodemwaarde).
Dit geldt ook voor onroerende zaken die onder de terbeschikkingstellingregeling vallen.

Een stijging van de WOZ waarde heeft tot gevolg dat de ruimte voor afschrijving wordt beperkt of zelfs geheel verdwijnt.

Teruggaaf btw oninbare vorderingen vanaf 2017

U kunt de btw die u al heeft afgedragen op debiteuren die u niet heeft kunnen innen vanaf 1 januari 2017 eenvoudiger terugvragen. U kunt de btw terugvragen één jaar nadat de factuur opeisbaar is geworden en nog niet is betaald. U kunt het oninbare bedrag gewoon in de aangifte omzetbelasting terugvragen, het hoeft niet meer d.m.v. een apart verzoek. De termijn van één jaar voor vorderingen van voor 1 januari 2017 gaat lopen vanaf 1 januari 2017. Dus de btw op vorderingen uit 2016 kunnen pas vanaf 1 januari 2018 worden teruggevraagd.

Uw verrekenbeding: naleving verplicht!

Bent u op huwelijkse voorwaarden getrouwd en is er in uw huwelijksvoorwaarden een verrekenbeding opgenomen? Vergeet dan niet nog dit jaar de afrekening met uw echtgenoot op te stellen. Als u de afrekening (over een reeks van jaren) achterwege laat, kan dat bij overlijden of echtscheiding tot hoogst onaangename gevolgen leiden.

Indien u en uw partner niet aan de verrekenplicht hebben voldaan, wordt het (bij echtscheiding) aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden! Uw partner heeft mogelijk recht op de helft van het sedert het aangaan van het huwelijk gegroeide vermogen, terwijl dat wellicht niet overeenstemt met de oorspronkelijke bedoeling van u en uw echtgenoot.

Door het verrekenbeding na te leven zorgt u ervoor dat de bedoelingen van partijen met betrekking tot de huwelijkse voorwaarden worden nageleefd en komt u niet voor verrassingen te staan. Hebt u jarenlang verzuimd het periodiek verrekenbeding na te leven. Dergelijke

verrekenbedingen moeten zo snel mogelijk worden ‘hersteld’. Met behulp van een vaststellingsovereenkomst en wijziging van de verrekening kunnen de bedoelingen van partijen alsnog worden gerealiseerd.

Mocht u nog vragen hebben dan geven we u graag een nadere toelichting. Vul het contactformulier in of bel ons via 0229 54 14 54.

Tevens wensen wij u alvast hele prettige feestdagen toe.