Dividendplan verdwijnt in de prullenbak

Dat het plan om de dividendbelasting af te schaffen in de prullenbak verdwijnt is een meevaller voor het Nederlandse bedrijfsleven. Het geld dat het kabinet nu overhoudt gaat namelijk naar voordelen voor ondernemingen. Vooral de verdere verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting springt in het oog.

Tariefsverlaging gaat verder

Volgens het kabinet was dit potje al gelabeld als geld voor het bedrijfsleven, en dus blijft het geld ook in die hoek. Uit een brief die staatssecretaris Snel van Financiën naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt dat het kabinet aardig wat maatregelen financiert uit dit potje. Voor bv’s en nv’s in het algemeen is het positief nieuws dat de tarieven in de vennootschapsbelasting (VPB) verder dalen dan gedacht. Het tarief voor winsten tot € 200.000 zakt tot 15% in 2021. In de Prinsjesdag-plannen was dat nog 16%.

Het toptarief voor winsten boven de € 200.000 daalt naar 20,5% in 2021. Op Prinsjesdag was nog aangekondigd dat dit tarief zou dalen tot 22,25%. Daar staat wel tegenover dat de geplande verlaging van het toptarief voor volgend jaar niet doorgaat. Aanvankelijk zou het tarief in 2019 al omlaag gaan van 25% naar 24,3%, maar daar zet het kabinet een streep door. Net als nu blijft het toptarief in de VPB volgend jaar dus 25%.

Ook geld naar 30%-regeling en S&O-subsidie

Naast de verlaging van de VPB-tarieven heeft het kabinet nog een serie maatregelen aangekondigd:
• De bezuiniging op de zogeheten 30%-regeling voor buitenlandse werknemers wordt verzacht.
• Ondernemingen met een recent gekocht pand kunnen langer volgens het oude regime afschrijven op dat pand.
• Er gaat meer geld naar de S&O-afdrachtbeperking voor innovatieve ondernemingen.
• Eigenwoningschulden worden uitgezonderd van de extra heffing op ‘excessieve schulden’ bij de bv.
• De zogeheten fiscale beleggingsinstelling mag toch blijven beleggen in vastgoed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*