Voor het eerst sinds 2017 is het ‘gebruikelijke’ loon dat een directeur-grootaandeelhouder hoort te verdienen verhoogt van €45.000 naar €46.000. Dit blijkt uit een publicatie in de Staatscourant. De verhoging van het salaris geldt voor alle houders van een aanmerkelijk belang in een vennootschap die ook werk doet voor diezelfde onderneming.

Directeur-grootaandeelhouders moeten een salaris in de loonaangifte opnemen dat ‘gebruikelijk’’ is voor de werkzaamheden. In 2020 geldt de richtlijn van €46.000 om te voorkomen dat dga’s zichzelf een schijntje loon laten uitkeren.

Deeltijd-dga krijgt niet automatisch een lager loon
De belastingdienst kijkt naar het salaris van een werknemer in een soort vergelijkbare dienstbetrekking. Iemand die een functie heeft die lijkt op het werk van een dga maar dan zonder aanmerkelijk belang. Het is mogelijk voor een dga om een lager loon aan zichzelf te geven als aangetoond kan worden dat dit lagere loon gebruikelijk is. Dit lagere loon kan aangetoond worden door middel van vacatures of andere data over de arbeidsmarkt.

Ook deeltijd-dga’s moeten aantonen dat zij recht hebben op minder loon dan het gebruikelijke loon van €46.000.

Start-ups met lager gebruikelijk loon
Startende ondernemingen hebben een andere regeling. De dga van een start-up kan maximaal 3 jaar het wettelijk minimumloon als gebruikelijk loon hanteren.

Het kan ook voorkomen dat een hoger loon dan €46.000 gebruikelijk is. In dat geval mag er uit gegaan worden van 75% van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking.